Kunst & Cognitie VI

Cobra: “Kunst begint als kind”

In kunst & cognitie I schreef ik over het samenwerkingsverband van Drs. Pronk en het Cobra museum bij het project “Kunst & Klee”. Naar aanleiding van dit project startte Drs. Pronk een online onderzoek naar kunstbeleving. Niet-kunstkenners zeggen vaak over het werk van de Cobrakunstenaars: “dat kan mijn neefje van 3 ook!”. Toch verwacht ik eigenlijk dat de meesten mensen het werk van een cobrakunstenaar makkelijk onderscheiden van een kindertekening. Op dit moment wordt de data van de eerste fase van dit geanalyseerd en de sneak peak naar de resultaten is veelbelovend. We kijken erg uit naar de conclusies.

Sommige mensen stellen dat mensen cobrakunst onderscheiden, omdat ze het herkennen. Deze schilderijen zijn zo vaak te zien op plekken waar je het niet eens door hebt, dat mensen onbewust de schilderijen herkennen, omdat ze ze ooit gezien hebben. Ikzelf geloof niet dat dat het is, ik geloof echt dat er iets extra’s is in die schilderijen, iets wat het kunst maakt.

Drs. Pronk heeft ook andere wetenschappers warm gekregen om mee te werken aan het project. Drs. Tessa van Schijndel (t.j.p.vanschijndel@uva.nl) en prof. dr. Maartje Raijmakers (m.e.j.raijmakers@uva.nl)  raakten geïnspireerd door de hypothese kinderen bij het maken van tekeningen verschillen in de flexibiliteit van het genereren van ideeën ten opzichte van kunstenaars en ook ten opzichte van volwassenen. Daarmee bedoelen ze dat kinderen bij een bepaald onderwerp minder variëren tussen categorieën. De hypothese stelt bijvoorbeeld dat kinderen als ze een hond tekenen, meestal heel veel verschillende honden tekenen binnen een bepaald ras (allemaal verschillende labradors) en dat volwassenen meer geneigd zijn om honden van verschillende rassen te tekenen (teckel, golden retriever, labrador, poedel etc.)

Tijdens de expositie in het Cobra museum hebben ze toen een lab ingericht dat op woensdag en zondagmiddag open was. Er werd gevraagd aan de bezoekers vanaf 8 jaar om zoveel mogelijk verschillende robots te tekenen. Uit de resultaten bleek zoals verwacht dat volwassenen meer varieerde tussen de categorieën robots, maar niet meer varieerde in overall originaliteit dan kinderen en pubers.

De categorieën robots waren vooraf gespecificeerd als:

  1. een volledig mensachtige robot
  2. een mensachtige met functionele toevoeging
  3. een huishoudelijk apparaat, een voertuig

Het niet uitbreiden van de ideeën over robots naar de tweede en derde categorie lijkt mij verklaarbaar door het feit dat deze twee categorieën voor kinderen nog niet onder het concept robot vallen. Ik verwacht dat de resultaten van kinderen meer flexibiliteit hadden laten zien als er was gekozen voor categorieën die bij beiden groepen onder het concept robot vallen, zoals manier van voortbewegen, gender, kleur, beroep, persoonlijkheid etc.. Ik verwacht dat kinderen zelfs veel flexibeler zijn in het bedenken van ideeën, dat ze zelfs ideeën bedenken buiten de bestaande categorieën en nieuwe categorieën bedenken.

Ook is het jammer dat ze keken naar het verschil tussen volwassenen ten opzichte van kinderen en pubers. Dit levert ons natuurlijk nog geen inzicht over kunst. Hopelijk komt er een vervolg onderzoek waarbij ze kijken naar het verschil met kunstenaars

Je kan hier zelf hun eerste resultaten bekijken:

“Eerste resultaten van het onderzoek: Het begint als kind”

 

Symposium BSI Magical Mind op 20 maart 2012

The human mind shows curiosity and a natural inclination to understand the world around. Some scholars even go as far as to suggest that the human mind is magical by nature in that it attempts to attribute meaning and find purpose in experiences and events for which no direct explanation is available. Our minds may naturally assume the existence of forces, metaphysical laws, or supernatural powers that transcend between physical and spiritual realities and that may be invoked and manipulated through ritual and spiritual practices.

The present symposium attempts to enlighten our magical minds by focusing intellect on two core ritual practices: the ayahuasca shamanistic ritual and pagan ritualized practices. Several experts in the scientific and experiential study of shamanistic and pagan ritual will provide apprehensive insights in the psychological reality of such magical practices, a history of its scientific study, and the philosophical consequences of an increasing inorganic world.

Program of the symposium

TMS, een simpele uitleg

De afkorting TMS staat voor Transcranial Magnetic Stimulance.

TMS is een methode voor hersenonderzoek net als MRI, fMRI en EEG. TMS is echter geen hersenscan zoals de andere drie. TMS meet geen hersenactiviteit, zelfs niet indirect. TMS wordt gebruikt om hersenactiviteit op een specifieke moment in een specifieke hersengebiedje te onderbreken. De verandering in gedrag die dan ontstaat, mits er niets anders in de situatie verandert, is het gevolg van de onderbreking van de hersenactiviteit door TMS.

Observatie van een onderbreking in gedrag na TMS betekent dus dat dit ene specifieke hersengebiedje op dat specifieke moment in de tijd NODIG was om het gedrag (dat nu onderbroken is) te laten ontstaan / bestaan.

Een TMS apparaat bestaat uit een of meerdere ringen (spoelen genoemd) waardoor elektrische stroom gestuurd kan worden.

Een gesloten kring van electrische stroom wekt een magnetische kracht op. De richting van de magnetische kracht staat haaks op die kring.Sommigen herinneren zich het OK-duimteken van de middelbare school.Als je je vingers krult in de richting van de stroom, wijst je duim in de richting van de magnetische kracht die daaruit ontstaat. Anderen herinneren zich de Schroef: Als je de schroef in de richting van de stroom draait, beweegt de schroef in de richting van de magnetische kracht.

Zo ontstaat er ook een magnetische kracht haaks op de TMS spoelen als er elektriciteit doorheen stroomt. Als het TMS apparaat boven een hoofd gehouden worden, gaat die magnetische kracht dwars door de lucht en de schedel het brein in tot aan ongeveer 5 cm diep. Deze magnetische kracht zorgt voor het ontstaan van een elektrische stroom in het brein die de omheen gelegen hersencellen direct activeert tot aan hun maximum. Als hersencellen tot aan hun maximum worden geactiveerd, gaan ze in verzet, ze kunnen dan voor een hele korte periode niet meer worden geactiveerd door lopende hersen-processen en mechanismen.

 

 

22 febr Cafe Cognitive: Het Verbale Werkgeheugen door Dan Acheson


Presenter:     Dan Acheson
Topic:           Verbal Working Memory
Date:            Wednesday, 22nd of February 2012
Doors open:  19.00 hr
Start lecture: 19.30 hr
Location:       REC-M 0.02

 

De eerste editie van Café Cognito in 2012:  drankjes, snacks en een verfrissende portie wetenschap.

Deze maand zal Dan Acheson, PhD, van het Donders Institute / MPI  in Nijmegen met ons komen praten. Hij combineert gedrag en neuro-cognitieve wetenschappelijke onderzoeksmethoden om meer te begrijpen van Taal en Geheugen.

De wetenschap heeft lang gedacht dat het ervaren en onthouden van Taal twee verschillende processen waren. Er is steeds meer bewijs voor de alterenatieve theorie dat het behoud van Taal informatie in het geheugen ontstaat door de tijdelijke activatie van zowel taalproductie als taalbegrip.

Dan Acheson presenteert de resultaten van zijn rTMS onderzoek die deze alternatieve theorie ondersteunen. De prestatie op korte termijn geheugen taakjes werd bepaald door de verschillende niveaus van Taal ervaring (semantisch, syntactisch en phonologisch). Verder blijkt het breingedeelte dat verantwoordelijk is voor taalproductie ook betrokken bij het onthouden van Taal in het werkgeheugen. Deze resultaten suggereren dat het mogelijk is dat het onthouden van taalinformatie ontstaat uit de interactie tussen de verschillende niveaus van taalervaring bij zowel taalproductie als taalbegrip.


Het evenement vindt plaats op Roeterseiland building M, 0.02 (Plantage Muidergracht 12). Het glazen gebouw aan het water in de buurt van de Agora. De deuren gaan om 19.00 open en we beginnen om 19.30.

Kosten 2 euro of gratis voor leden.

 

Oxazepam geleidelijk afgebouwd, en dan?

reactie op de vraag van R. Jonker:

Ik vind het helemaal niet gek dat je nog steeds nare verschijnselen ervaart na het geleidelijk afbouwen van 10 jaar gebruik van oxazepam in 5 weken. Overgevoeligheid voor licht, akelig soort inwendig trillen en schudden, misselijk en akelig nerveus worden zijn gevolgen van overgevoelige hersenen. Zoals je zag in mijn eerder artikel verandert het nemen van oxazepam de structuur van je hersencellen. Hoe lang het duurt ligt vooral aan hoe je met de verschijnselen omgaat.

De verbindingen tussen je hersencellen kan je trainen net als de spieren in je benen. Spieren die je traint worden sterker en spieren die je niet meer traint worden steeds slapper. Hersen-verbindingen die je traint zorgen voor het automatischer worden van reacties. Automatische reacties waarvan je de verbindingen niet meer traint, sterven langzaam af.

Als je je tijdens deze verschijnselen druk gaat maken, continu denkt dat er iets ergs aan de hand is, worden de verschijnselen steeds erger.  Er is echter niks ergs aan de hand; je hersenen zijn gewoon overgevoelig geworden door de medicijnen, maar dit kan je ze ook weer afleren!

1. Het is belangrijk om de verschijnselen te zien als een logisch na-effect. Op het moment dat je zo’n gevoel voelt opkomen,

- Denken: “ohja dat gevoel ken ik, is geen probleem, heb ik eerder gehad, toen ook overleefd, komt goed.” (schrijf dat ergens op!) Het is gewoon een lichamelijke reactie, net als dat je been slaapt of dat je oog traant.

- Het helpt om heel diep uit en weer in te ademen

- Het helpt ook om hierbij  iets actiefs te gaan doen, zoals bijvoorbeeld meditatie, sporten of yogha (ligt aan je persoonlijkheid wat het beste helpt). Meditatie traint de controle over je gedachten en je ademhaling; Sporten leidt af en activeert je lichaam. Tijdens yoga train je je ademhaling en train je jezelf  je lichamelijke reacties te accepteren door ze te bestuderen in onmogelijke houdingen.

2. Door dit bewust te blijven doen leer je je hersenen dat er geen gevaar is, dat ze niet in paniek hoeven te raken van ieder klein vleugje wind. Na een tijdje komen de nare verschijnselen steeds minder voor, maar af en toe wel nog, het is heel belangrijk om vooral dan ook weer niet in paniek te raken en te gaan denken dat het weer terugkomt. Dan uiteindelijk kan je het helemaal kwijt raken.

 

Kunst & Cognitie III

Vol verwachting ging ik vandaag naar een lezing van oud-docent ontwikkelingspsychologie aan de UvA, dr. A.C.M. Dudink. Hij was uitgenodigd naar aanleiding van het interdisciplinaire project tussen het Cobra Museum en de afdeling psychologie van de Universiteit van Amsterdam.

Ik hoopte op een lezing over de ontwikkeling van het kind aan de hand van kindertekeningen op basis van zijn jarenlang onderzoek en ervaring. We kregen echter een vaag verhaal dat niet-chronologisch van de hak op de tak de geschiedenis van de tekenles beschreef aan de hand van het leven van Klee. Misschien suggereerde hij verband door de volgorde van zijn verhaal, maar expliciet legde hij geen enkel verband.

Verder suggereerde hij dat kindertekeningen verschillen over de tijd en tussen culturen door het verschil in tekenles. Als illustratie vertelde hij dat kinderen in Afrika meer de driehoek gebruiken als lijf en bij ons meer ronde vormen, helaas ging hij niet dieper in op het waarom. Ook vertelde hij dat er in Amerika verschil was gevonden in kindertekeningen tussen kinderen van Italiaanse afstammelingen, helaas repte hij met geen woord over welke verschillen er gevonden waren. Verder vertelde hij dat kinderen als ze jong zijn tekenen wat er hoort te zijn zonder dat dit overeenkomt met wat er echt te zien is: een paard met vier benen en een hoofd met twee ogen en een neus aan de zijkant. Dit duidt op een ontwikkelingsfase, als een kind in dezelfde periode 4-6 jaar wel al tekent wat hij ziet, zou dit een wonderkind kunnen zijn?

Tijdens de lezing negeerde hij de opgestoken vingers en ook na de lezing wuifde hij vragen weg met stuur me maar een emailtje. Helaas was daardoor deze lezing voor mij geen toevoeging, een mevrouw uit het publiek gaf aan dat ze wel erg blij werd van de nostalgie die de lezing opriep. Gelukkig kon ik mijn onbevredigde gevoel vullen met nog een rondje door de tentoonstelling waar ik me bewust werd dat mijn eerder betoog over wat voor mij kunst is, complete onzin is. Ik werd opeens helemaal verliefd op het kunstwerk “Drift op zolder” van Karel Appel. Een werk dat ik op mijn twee eerdere rondjes voorbij ben gelopen.

test je zelf

Kunst & Cognitie II

Geïnspireerd door een bezoek aan het Cobra museum waar nu een onderzoeksproject loopt naar het verschil in kunstbeleving, ben ik geïnteresseerd geraakt in hoe kunst die beleving oproept. Waarom word je door net dat ene schilderij geraakt? Wat is er zo speciaal aan dat ene schilderij versus het andere? En hoe kan dat verschillen over de tijd?

Kunst is de naam die ik geef aan alles waarvan de zintuiglijke ervaring mij diep raakt: een hele pure emotie of een zeer scherp contrast.  Met een pure emotie bedoel ik hier een emotie die onvervuild is door cognitie en met een scherp contrast bedoel ik hier niet alleen complementaire kleuren, maar contrasten in alle extreem absurde contexten.

Kunst & Cognitie I:
Klik hier voor Drs. Pronk’s EXPERIMENT

Taal is een gebruiksmiddel om beter met elkaar te communiceren.Toch zijn er veel woorden in onze taal waarvan de betekenis persoonlijk is en moeilijk  aan een ander uit te leggen. Kunst is zo’n woord. Iedereen kent het woord, maar wat er mee bedoeld wordt, is persoonlijk. Het gebrek aan consensus over de betekenis ervan, maakt het erg moeilijk om dit fenomeen echt wetenschappelijk te onderzoeken.

Kunst blijft ondanks dat toch een onderwerp dat ik graag wil onderzoeken, al is het dan in eerste instantie meer op een beschouwende manier. Kunst heeft veel waarde, mensen geven er veel geld aan uit, terwijl het geen directe overlevingsfunctie heeft voor de mens.  Kunst heeft ook veel waarde voor mensen die niet in geld is uit te drukken.

De meerwaarde van kunst ligt dan misschien in de entertainment, de decoratie voor je huis. Het verandert de sfeer in huis. Net als een plant, de tv, het behang of de platenspeler. Maar een plant ververst de zuurstof in de kamer, de tv brengt je nieuwe informatie en de platenspeler maakt muziek. Kunst staat daar maar te staan, of te hangen, net als het behang. Soms zorgen de kleuren van een kunstwerk wel voor een balans in de rest van het kleurenpalet van de binnenhuisarchitectuur, maar dat doet het behang ook of een schilderijtje van een fruitschaal of een bootje in de haven. Maar de naam kunst geef ik alleen aan iets wat mij diep raakt. Dus noem ik zowel het behang, de fruitschaal en het bootje geen kunst.

De echte meerwaarde van kunst bovenop het decoratieve, is het iets in je huis hebben dat je diep raakt. Een mens vindt het gewoon fijn om op door hem zelf bepaalde tijden geraakt te worden door iets.  Maar betalen mensen er daarom echt zo ontzettend veel geld voor?

Kunst is ook iets waarmee je kan pronken. Het is iets waar je alleen geld aan kan uitgeven als je al genoeg  hebt om te leven. Een kunsteigendom straalt daardoor rijkdom uit. De eigenaar kan het zich veroorloven om geld uit te geven aan kunst. Een mooi kunstwerk kan dus dienst doen als een pronkstuk. Hoe mooier, en dus duurder het kunstwerk dat hij zich kan veroorloven, hoe meer geld hij over heeft, en hoe rijker dat men denkt dat je bent. Hoe bekender het is dat een kunstwerk veel geld waard is, hoe groter de vraag. Het kunstwerk wordt zo steeds pronkbaarder en zo nog meer geld waard. Als men weet dat een kunstwerk gaat groeien in waarde, wordt de vraag nog groter, omdat men dan geld kan verdienen aan de winst bij de verkoop, zoals in de aandelenmarkt.

Dus kunst heeft een decoratieve functie,  een emotie oproep functie,  een pronkfunctie en een handelfunctie. Maar hoe zit dat dan met de moderne hedendaagse kunst?  Streepjes als armpjes en beentjes en een bolletje als kopje, wie gaat daar nou tienduizenden euro’s voor betalen. Dat is toch belachelijk? Binnenkort meer.. over de invloed van de hersenen

Kunst & Cognitie I
Drs. Pronk’s EXPERIMENT

Kunst & Cognitie

Drs. Pronk is een experimenteel psycholoog die op dit moment werkzaam is aan de universiteit van Amsterdam. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar impliciete processen; mentale processen waar je je niet bewust van bent of geen controle over hebt. Uit pure nieuwsgierigheid breidt hij zijn strak gecontroleerde studies naar deze processen tijdens gaming en dependency development uit met een exploratieve studie naar kunstbeleving.

Drs. Pronk’s EXPERIMENT

Op dit moment kan je in het Cobra museum te Amstelveen de exclusieve tentoonstelling “Klee en Cobra”  bezichtigen. Modern kunstenaar Paul Klee probeerde als volwassen kunstenaar de ongeremdheid van het kind uit te drukken. Dit inspireerde Drs. Pronk om het verschil tussen de kunstbeleving bij Paul Klee’s kinderlijke tekeningen  en de kunstbeleving bij kinderschilderijen  te onderzoeken.

Zo is er een interdisciplinair project ontstaan waarbij aan de ene kant experimentele psychologie de kunstbeleving van de Cobrabezoeker verbreedt en aan de andere kant de kunstbeleving van de cobrabezoeker als onderwerp dient voor experimentele psychologie om psychologische modellen voor waarneming en evaluatie op te toetsen.

Drs. pronk kiest bij deze studie naar kunstbeleving bewust voor het model voor waarneming en evaluatie van Hagtveld et al., omdat dit model niet gebaseerd is op een specifieke theorie, maar gebaseerd is op de resultaten van een statistische techniek, de factor-analyse.

De factor-analyse van Hagveldt vat de scores op 36 kunstbeoordelingstermen samen in een paar factoren. De termen binnen een factor hangen sterker samen dan de termen uit verschillende factoren. Het resultaat van de factor-analyse over de scores suggereert een aantal emotionele en cognitieve factoren.

Drs. Pronk toetst het verschil in kunstbeleving tussen het werk van Klee en dat van kinderen aan de hand van vijf factoren van Hagveldt’s model met een on-line experiment. Hij verwacht dat de scores op de emotionele factoren (aangenaamheid en opwinding) tussen het werk van Klee en dat van kinderen vergelijkbaar zijn, maar dat de scores op de cognitieve factoren (originaliteit en vaardigheid) gaan verschillen.

Klik hier voor Drs. Pronk’s EXPERIMENT

2 Nov Cafe Cognitive: Henk-Jan Boele: Neurasbus & Cerebellum

 

2 November weer een nieuwe Cafe Cognitive: dit keer door Henk-Jan Boele van het Erasmus University Medical Center  Rotterdam over de plasticiteit van het Cerebellum en de Neurasbus

De Neurasbus is een oude camper die door Henk-Jan en zijn collega’s is omgebouwd tot een mobiel laboratorium voor neurologisch onderzoek. Door patienten thuis te onderzoeken proberen ze het gat te dichten tussen de wetenschap en de klinische praktijk.

De onderzoeksgroep focust zich op de plasticiteit van het Cerebellum. Het Cerebellum is het hersengedeelte net boven je nek. Het lijkt een beetje op een bloemkoolroosje. Met plasticiteit bedoelen ze de mogelijkheid tot verandering door het aanmaken, verstevigen van nieuwe verbindingen en afsterven van verbindingen die niet gebruikt worden. Van het cerebellum is vooral bekend van zijn betrokkenheid bij het houden van balans (combinatie van beweging en eigen lichaamscoordinatie) en tijdschatting. Ook blijkt het cerebellum betrokken bij associatief leren.
Deze Cafe Cognitief vind plaats op in de UvA, gebouw M, zaal 0.02. Je vindt het UvA gebouw M op plantagemuidergracht 12 (het grote  glazen gebouw aan het water). Kosten zijn 2 euro (snacks en drankjes inclusief) of gratis voor Cognito leden.

The boardmembers of Cognito,
a.k.a. Jonas, William, Tine, Silja, Wouter, Daan, Richard & Katerina

In short:
Cafe Cognito
Lecturer:       Henk-Jan Boele
Topic:           Neurasbus & Cerebellum
Date:            Wednesday, 2nd of November 2011
Doors open:  19.00 hr
Start lecture: 19.30 hr
Location:       REC-M 0.02