Placebo- simpel uitgelegd

Een placebo is een middel dat een proefpersoon niet kan onderscheiden van het  middel dat we willen testen, maar dan zonder de werkzame stof.

Uit onderzoek in het verleden is gebleken dat een deel van de veranderingen die optreden na het nemen van een middel, het gevolg zijn van het idee van de proefpersoon dat hij geholpen wordt. Het gevolg van puur het idee dat een proefpersoon geholpen wordt, noemen we het placebo-effect.

Een placebo wordt gebruikt in een wetenschappelijk onderzoek om erachter te komen wat het effect is van de werkende stof, los van het idee van de proefpersoon. We kunnen  dit effect berekenen door het verschil te nemen tussen de score bij de proefpersonen die de werkende stof hebben ontvangen en de score van de proefpersonen die de placebo hebben ontvangen.

Dubbel blind- een simpele uitleg

Dubbel blind is een term die we in de wetenschap gebruiken voor een kenmerk van wetenschappelijk onderzoek waarbij zowel de proefleider als de proefpersoon niet weten in welke conditie de proefpersoon is ingedeeld. Om het effect van een manipulatie zo zuiver mogelijk te kunnen meten, moet je proberen alle factoren die het gedrag kunnen beïnvloeden uit te sluiten.

De conditie bepaald welke manipulatie de proefpersoon ontvangt. In de experimentele conditie ontvangt de proefpersoon de manipulatie waarvan we het effect we willen weten. Het verschil tussen het gedrag van de proefpersonen in de experimentele conditie vergeleken met de neutrale conditie, is het meetbare effect van de manipulatie.

Belang onwetendheid proefpersoon
Het is belangrijk dat de proefpersoon niet weet in welke conditie hij ingedeeld is, omdat het weten ervan invloed kan hebben op het gedrag van de proefpersoon. Een proefpersoon past bewust of onbewust zijn gedrag aan in de richting van het gedrag dat hij denkt dat de onderzoeker verwacht. De verandering van het gedrag is dan niet alleen toe te wijzen aan het effect van de conditie.

Voorbeeld: Een proefpersoon laat ander gedrag zien wanneer hij weet dat hij een alcohol vrij biertje heeft gekregen, dan bij een alcoholisch biertje.

Belang onwetendheid proefleider
Het is ook erg belangrijk dat de proefleider niet weet in welke conditie de proefpersoon is ingedeeld. Het weten van de conditie van de proefpersoon heeft  invloed op de verwachting van het gedrag van de proefpersoon.  Deze verwachting heeft direct invloed op het gedrag van de proefpersoon en de verwachting heeft indirect invloed op het gedrag van de proefpersoon via de verandering van het gedrag van de proefleider.

TMS, een simpele uitleg

De afkorting TMS staat voor Transcranial Magnetic Stimulance.

TMS is een methode voor hersenonderzoek net als MRI, fMRI en EEG. TMS is echter geen hersenscan zoals de andere drie. TMS meet geen hersenactiviteit, zelfs niet indirect. TMS wordt gebruikt om hersenactiviteit op een specifieke moment in een specifieke hersengebiedje te onderbreken. De verandering in gedrag die dan ontstaat, mits er niets anders in de situatie verandert, is het gevolg van de onderbreking van de hersenactiviteit door TMS.

Observatie van een onderbreking in gedrag na TMS betekent dus dat dit ene specifieke hersengebiedje op dat specifieke moment in de tijd NODIG was om het gedrag (dat nu onderbroken is) te laten ontstaan / bestaan.

Een TMS apparaat bestaat uit een of meerdere ringen (spoelen genoemd) waardoor elektrische stroom gestuurd kan worden.

Een gesloten kring van electrische stroom wekt een magnetische kracht op. De richting van de magnetische kracht staat haaks op die kring.Sommigen herinneren zich het OK-duimteken van de middelbare school.Als je je vingers krult in de richting van de stroom, wijst je duim in de richting van de magnetische kracht die daaruit ontstaat. Anderen herinneren zich de Schroef: Als je de schroef in de richting van de stroom draait, beweegt de schroef in de richting van de magnetische kracht.

Zo ontstaat er ook een magnetische kracht haaks op de TMS spoelen als er elektriciteit doorheen stroomt. Als het TMS apparaat boven een hoofd gehouden worden, gaat die magnetische kracht dwars door de lucht en de schedel het brein in tot aan ongeveer 5 cm diep. Deze magnetische kracht zorgt voor het ontstaan van een elektrische stroom in het brein die de omheen gelegen hersencellen direct activeert tot aan hun maximum. Als hersencellen tot aan hun maximum worden geactiveerd, gaan ze in verzet, ze kunnen dan voor een hele korte periode niet meer worden geactiveerd door lopende hersen-processen en mechanismen.

 

 

fMRI, een simpele uitleg

De afkorting fMRI staat voor functional MRI, functional Magnetic Resconance Imaging.


Een fMRI-scan is een soort hersenscan. Een hersenscan is een methode waarmee we erachter proberen te komen hoe de verdeling van hersenactiviteit verloopt over de tijd. Om een fMRI-scan te maken leggen we de proefpersoon op een tafel in een MRI-scanner. Een mri-scanner heeft de vorm van een tunnel.

 

 

FMRI, de werking
Een fMRI scan is een 3d plaatje dat laat zien waar er wanneer in de hersenen zuurstofrijk bloed aanwezig is. Als er zuurstofrijk bloed aanwezig is op een bepaalde plek in de hersenen, nemen we aan dat er op die plek net activiteit is geweest. De fMRI meet onderscheid tussen zuurstofrijk en zuurstofarm bloed op basis van hun aantrekkingskracht tot de MRI-magneet. In bloed zitten rode en witte bloedlichaampjes. De rode bloedlichaampjes (Hemoglobine) geven bloed zijn rode kleur, hun functie is transport van zuurstof. Het molecuul hemoglobine bevat ijzerionen (Fe, groen gekleurd in de hemoglobine molecuul hier beneden). Deze ijzerionen zorgen ervoor dat hemoglobine heel erg door een magneet aangetrokken kan worden.

Rode bloedlichaampjes vervoeren zuurstof met behulp van hun ijzerionen (Fe). De ijzer-ionen verbinden zich met zuurstof.  Wanneer ijzer-ionen met zuurstof zijn verbonden, hebben ze geen aantrekkingskracht meer tot de magneet. FMRI meet de variatie in magnetisme van het bloed in de hersenen over de tijd. De variatie in magnetisme varieert samen met het zuurstofgehalte. Variatie in zuurstofgehalte varieert samen met hersenactiviteit.

 

FMRI, de opstelling
Om plaatjes te maken van de hersenen krijgt de proefpersoon een spoel (headcoil) om zijn hoofd. We binden het hoofd eerst goed vast. Hij krijgt oordopjes om zijn oren te beschermen tegen het harde geluid van de scanner. Verder krijgt hij een koptelefoon waardoor we met hem kunnen praten of muziek kunnen aanbieden. We stoppen wat kussentjes langs de zijkant, zodat het hoofd niet meer kan bewegen. In zijn ene hand krijgt hij een knoppenkast en in de andere hand een alarmknop. Vervolgens schuiven we de hele tafel de tunnel in. Bovenop de headcoil zit een spiegeltje. Het spiegeltje stellen we zo in dat de proefpersoon door de tunnel naar buiten kan kijken. Voor de MRI scanner plaatsen we een scherm waarop we beeld kunnen projecteren met een beamer. Dit scherm kan de proefpersoon via het spiegeltje helemaal zien. Zo kunnen wij visuele beelden en audio stimuli aanbieden aan de proefpersoon en kan hij via de knoppenkast een bewuste reactie laten zien.

 

FMRI, het experiment
Bij een fMRI experiment vergelijk je de verdeling van zuurstof rijk bloed over de hersenen tussen de ene conditie met de andere conditie. Het is altijd belangrijk bij een psychologisch experiment om het geheel van stimuli tussen de ene en de andere conditie precies hetzelfde te houden en alleen de onafhankelijke variabele te variëren. Alleen dan mag je concluderen dat het verschil in afhankelijke variabele, het gevolg is van de variatie in de onafhankelijke variabele. Bij een fMRI taakje wil je meestal ontdekken welk hersengedeelte verantwoordelijk is voor een bepaalde functie.  Je kan niet tussen proefpersonen vergelijken, omdat hersenen qua vorm te veel van elkaar verschillen. Je laat dus iedere proefpersoon beide condities uitvoeren.

 

de Stroop taak
De Stroop taak is een voorbeeld van een taak die vaak gebruikt wordt in fMRI. In de ene conditie moeten proefpersonen drukken als ze groene letters zien, in de andere conditie moeten ze drukken als het woord “groen” zien. Vervolgens laat je ze in beide condities  het woord “groen” in blauwe letters zien.  Het beeld op het scherm is precies hetzelfde maar de hersenen verwerken de informatie anders. Dan heeft het verschil in verdeling van zuurstof rijk bloed dus heel waarschijnlijk direct te maken met het verschil in de opdracht.

 

 

fMRI proefpersonen gezocht
MRI simpele uitleg
EEG simpele uitleg

MRI-een simpele uitleg

De afkorting MRI staat voor Magnetic Resconance Imaging.

Een MRI-scan is een soort scan. Een scan is een methode waarmee we de interne structuur van het lichaam in kaart brengen, zonder echt te gaan snijden. We leggen de proefpersoon op een tafel in een MRI-scanner. Een mri-scanner heeft de vorm van een tunnel.

Een MRI-scanner maakt een 3 dimensioneel plaatje van de binnenkant van je lichaam. Hij maakt onderscheid tussen weefsels (zoals bloed, vet en orgaan-weefsel) op basis van hun waterstof-dichtheid.

 

Een opvallend kenmerk aan waterstof (H) is zijn reactiviteit.  Het bestaat uit 1 positieve proton in het midden met een negatieve elektron die eromheen zweeft.  Neutronen geven normaal stabiliteit aan de kern van een atoom, maar waterstof  is het enige atoom in het elementen-stelsel zonder neutronen. Het voelt zich daardoor snel  aangetrokken tot anderen stoffen. Het is eigenlijk een heel klein magneetje.

De MRI-scanner is een hele grote sterke magneet. Waterstof, zijnde een klein magneetje, beweegt in dat magnetisch veld of in dezelfde richting of in precies de tegenovergestelde richting, dit noemen we de spin. De richting van de spin kan worden omgeslagen door electro-magnetische straling.

Na het wegvallen van die straling draait de richting van de spin weer terug. Tijdens het terugdraaien zend de spin een foton uit. De Mri scanner weet hierdoor precies waar hoeveel waterstof atomen zitten. Tijdens het scannen sturen we daarom korte stootjes electriciteit door een spoel om het gebied heen dat we willen onderzoeken. Om plaatjes te maken van de organen krijgt de proefpersoon/patiënt een spoel om zijn buik:

Om plaatjes te maken van de hersenen krijgt de proefpersoon/patient een spoel om zijn hoofd. We binden het hoofd eerst goed vast en stoppen wat kussentjes langs de zijkant, zodat het hood niet meer kan bewegen.Vervolgens schuiven we de hele tafel de tunnel in.

 

Zo maken we MRI-plaatjes van de hersenen. Daarop kan je de hersenstructuur heel goed zien. We noemen een MRI-scan daarom ook de structurele scan. Met een MRI-scanner kan je niet alleen structurele scans maken, maar ook functionele scans. Dat noemen we een fMRI, een functional MRI. Die laat zien waar er op welk moment hersenactiviteit is

 

fMRI, een simpele uitleg
fMRI proefpersonen gezocht
EEG simpele uitleg

Antagonist-simpele uitleg

Een voorbeeld van een antagonist is Ketamine. Ketamine werkt als een NMDA antagonist.

 

Een Antagonist is een medicijn/drug die werkt door een receptor te blokkeren.

Een receptor werkt als een deurtje met een slot en zit op de kop van een hersencel. Iedere receptor kan maar door 1 specifieke neurotransmitter geopend worden. Deze neurotransmitter past precies in zijn slot.

Een antagonist is net als een agonist, een medicijn/drug van buiten het lichaam. Ze hebben dezelfde vorm als de specifieke neurotransmitter en passen daarom ook precies in het slot van zijn receptor.

Een antagonist blokkeert de receptor wanneer hij precies in zijn slot valt. De receptor gaat niet open, maar het slot is wel bezet, waardoor de receptor ook niet meer door de neurotransmitter zelf opengemaakt kan worden.

Ketamine en DMT bij schizofrenie onderzoek
agonist, simpele uitleg

MAO Inhibitor- simpele uitleg

MAO Inhibitor staat voor Mono Amine Oxidase Inhibitor

Mono-Amine:

Het woord Amine lijkt op Ammoniak. Ammoniak is een bekend schoonmaakmiddel dat heel heftig ruikt. Amoniak wordt bijvoorbeeld gebruikt omschoon te maken voor dat men gaat schilderen, omdat het vet op te lossen.

 

Amoniak is Amine opgelost in water. Een Amine is 1 stikstof-atoom (N) met  waterstof atomen (H) eromheen (NH3).

Amine

Mono staat voor 1. Een mono-Amine is een neurotransmitter of neuromodulator waar 1 Amine aanzit. Voorbeelden van monoAmine neurotransmitters zijn Serotonine (5-HT), norepinephrine en dopamine

Mono-Amine oxidase

Een oxidase is een stofje dat afbraak stimuleert. De Mono-Amine Oxidase (MOA) is een soort oxidase. Een oxidase die de afbraak van mono-Amines stimuleert. De amine breekt af, lost op en wordt zo ammoniak. Zo bevordert MOA de afbraak van bijvoorbeeld serotonine, norepinephrine en dopamine.

Mono-Amine oxidase Inhibitor (MAO Inhibitor)

Inhibitor komt van het woord inhibitie. Inhibitie betekent het tegenovergestelde van activatie,  inhiberen staat voor de-activeren of tegenwerken. Een Inhibitor is dus een stofje dat iets tegenwerkt, deactiveert. Een MAO Inhibitor inhibeert MAO, de aanwezigheid van een MAO inhibitor zorgt er dus voor dat MAO zijn werk niet kan doen. Dit betekent dat serotonine, norepinephrine en dopamine niet meer worden afgebroken.

Een MAOI is een klasse anti-depressiva, een medicijn tegen depressie. MAOI pillen worden alleen als laatste redmiddel voorgeschreven, omdat ze heel nare bijwerkingen.

Een van de psycho-actieve bestanddelen van Ayahuasca,  β-Carboline, werkt als een MAOI. Het andere psycho-actieve bestanddeel is DMT (Dimethyltryptamine). DMT werkt als een serotonine agonist.

Gerelateerde artikelen

  1. De anti-depressieve werking van MAOI
  2. MAOI in ayahuasca
  3. de bijwerkingen van MAOI

Agonist- een simpele uitleg

Hersencellen communiceren via het doorgeven van neurotransmitters.  Het uiteinde van de ene hersencel laat neurotransmitters vrij na een actie-potentiaal. Deze neurotransmitters zwemmen dan vrij rond in het gebied tussen de hersencellen. De kop van een hersencel is bedekt met deurtjes die op slot zijn, receptoren, waarvoor 1 specifieke neurotransmitter de sleutel is. Als die ene sleutel-neurotransmitter in de receptor valt, gaat de receptor open en kunnen alle neurotransmitters van een andere specifieke soort de kop van de hersencel binnenstromen. Klik hier voor een simpelere  uitleg over hersencellen communicatie .

Een agonist is een middel dat je van buitenaf toevoegt zoals een medicijn of drug, dat aan een kant precies dezelfde vorm heeft als de specifieke sleutel-neurotransmitter die precies in het receptor-slot past.

De receptor geeft precies dezelfde reactie op de agonist als op de sleutel-neurotransmitter. De sleutel past in het slot. De receptor gaat open waardoor er ionen naar binnen kunnen zwemmen.

DMT, LSD, Mescaline en Psilocybin (in paddo’s) werken allemaal als serotonine agonist. Een serotonine agonist werkt als een agonist voor de neurotransmitter “Serotonine”. Serotonine past precies in de serotonine receptor. LSD is een serotonine agonist, dus heeft LSD aan 1 kant precies dezelfde vorm heeft als serotonine. Ze hebben allebei Een aminegroep als staart. Klik hier voor meer uitleg over Amine-groepen . Hierdoor past LSD precies in het slot van de serotonine-receptor. Dit betekent dat als iemand LSD neemt, de hersenen reageren alsof er opeens heel veel serotonine aanwezig is.

Andere voorbeelden van agonisten zijn morfine, een endorfine antagonist en isoproterenol, een adrenaline antagonist..

Gerelateerde artikelen

  1. antagonist, simpele uitleg
  2. Ketamine en DMT bij schizofrenie onderzoek
  3. Paddo’s: de link tussen lichaam en ervaring

 

EEG hersenscan- een simpele uitleg

De afkorting EEG staat voor Elektro Encefalo Grafie.

Een EEG-scan is een soort hersenscan. Een hersenscan is een methode waarmee we de activiteit in de hersenen meten. Om een EEG-scan te maken plaatsen we een aantal electroden op het hoofd van de proefpersoon. Meestal gebruiken we daarvoor een elektrodecap (muts), zodat de elektroden bij iedereen ongeveer op dezelfde plaats zitten. Een van de electroden plaatsen we op het een neutrale plaats zoals het oor, waar de hersenactiviteit nul is. Dan meten we het verschil in activiteit tussen alle andere electrodes met die neutrale electrode. Dat verschil noemen we dan de potentiaal.

De potentiaal  van de verschillende elektrodes beschrijven we onder elkaar in een grafiek uitgetekend over de tijd. Hiermee kunnen we heel nauwkeurig zien hoe de hersenactiviteit (op de y-as) verandert over de tijd (op de x-as). Ieder lijntje is een andere elektrode.

Het nadeel van een EEG scan is dat we aan de buitenkant meten en we daarom alleen iets kunnen zeggen over de hersenen die precies onder de elektrode liggen, en alleen maar vage schattingen kunnen doen over de tussen gelegen en dieper gelegen gebieden. Het voordeel van een EEG-scan is dat je verandering in hersenactiviteit meteen kan zien op de milliseconde nauwkeurig.

 

MRI, een simpele uitleg
fMRI, een simpele uitleg
DTI, een simpele uitleg

XTC- een simpele uitleg

De basis van XTC is MDMA. MDMA zit in alle XTC-pillen. Het verschilt per soort XTC pil wat er nog meer voor stofjes bijzitten, maar MDMA is het stofje dat je zo happy maakt. MDMA zorgt ervoor dat er meer neurotransmitters serotonine, norepinephrine en dopamine in je hersenen vrijkomt. Dat zijn neurotransmitters .

Hoe zorgt MDMA er nu voor dat er meer serotonine, norepinephrine en dopamine in je hersenen vrijkomt?

De neurotransmitters die worden vrijgelaten door de ene neuron worden niet allemaal opgenomen door de volgende neuron. Deze neurotransmitters drijven vrij rond in de ruimte tussen de neuronen (synaptic cleft). De uitgang van de neuron bevat daarom transporters die het teveel aan neurotransmitters in de synaptic cleft weer terug de neuron intrekken, om ze daar opnieuw te gebruiken of af te breken.

MDMA laat zich de neuron intrekken door deze transporter, vervolgens blokkeert hij die transporter zodat hij niet meer in staat is het teveel aan  serotonine, norepinephrine en dopamine terug de neuron in te trekken.

MDMA is daarbij ook nog een zwakke serotonine agonist, waardoor de serotonine receptoren nog een beetje extra worden gestimuleerd.

Daardoor wordt de concentratie serotonine, norephinephrine en dopamine in de synaptic cleft steeds groter. De kans dat deze neurotransmitters in de tegenoverliggend receptoren vallen steeds groter.

Waarom voel je je dan zo happy tijdens die toename van serotonine, norepinephrine en dopamine?

De toename van serotonine, norepinephrine en dopamine heeft via het serotoninesysteem indirect (via extra stimulatie van de 5HT-1-receptor) tot gevolg dat de oxytocine concentratie in je bloed ontzettend snel stijgt. Oxytocine noemt men ook wel het knuffelhormoon. Men denkt dat deze grote stijging in oxytocine-concentratie verhoging het typische gevoel geeft.

Waarom word je zo blij van oxytocine in je bloed?

Het vrijkomen van oxytocine gaat samen met een gevoel van hechting en vertrouwen. Oxytocine is het hormoon dat vrij komt tijdens een hele fijne gemeende knuffel. Op het moment van bevallen komt er ook een grote dosis oxytocine vrij.

Waarom krijg je twee dagen na het gebruik van XTC een dip?

Omdat er zoveel serotonine rond zwemt in de tussenruimte, geeft het feedback-systeem een bericht aan de cel dat er teveel/genoeg neurotransmitters bestaan en er geen nieuwe meer mogen worden aangemaakt. Hierdoor krijg je nadat de voorraad in de tussenruimte is opgebruikt, een periode waarin je niet voorruit te branden bent.

DTI-simpele uitleg

Een hersencel (neuron) bestaat globaal uit een kop en een staart. De staart noemen we Axon. Axonen kunnen heel kort en heel lang zijn. Korte axonen verbinden individuele neuronen die dicht bij elkaar liggen binnen 1 hersengebied. Lange axonen verbinden neuronen tussen verschillende hersengebieden.

Als axonen volwassen worden, vormt er een laagje witte myeline om de axonen, dit bevordert de geleiding van het signaal door de axon. Daarom worden axonen met een laagje myeline witte stof genoemd. De cellichamen bij elkaar (de koppen) worden grijze stof genoemd. Sommige hersengebieden zijn direct met elkaar verbonden via bundels axonen. Deze bundels axonen zijn de grote witte stof banen. De grote witte stofbanen noemen we ook wel zenuwbanen.

Om individuele neuronen zichtbaar te maken, moet de schedel opengemaakt worden. De grote witte stofbanen kunnen we wel zichtbaar maken van buiten af, met DTI scans ( Diffusion tensor Imaging). DTI scans meten de mate van Diffusie (willekeurige beweging) van watermoleculen met een MRI-scanner. Waterstofmoleculen hebben de handige eigenschap dat ze overal willekeurig bewegen behalve in de buurt van de zenuwbanen daar buigen ze langsaf. Hierdoor ontstaat precies naast de zenuwbaan een rij van watermoleculen die allemaal evenwijdig bewegen aan de zenuwbaan. De richting (in x, y en z) van die beweging krijgt een getal. Deze getallen kunnen later omgezet worden in kleur, waardoor je mooie 3D plaatjes krijgt.

 

MRI, een simpele uitleg
fMRI, een simpele uitleg
EEG simpele uitleg

hersenencel-simpele uitleg


De hersenen zijn een netwerk van ongeveer 100 miljard hersencellen, neuronen genaamd. Die 100 miljard neuronen praten met elkaar via neurotransmitters. Dat zijn stofjes die ze aan elkaar doorgeven. Een neuron bestaat uit een kop en een staart. Het einde van de staart scheidt neurotransmitters uit in de tussenruimte, van waaruit ze weer worden opgenomen door de kop.

De kop is bedekt met deurtjes waardoor de neurotransmitters naar binnen kunnen stromen. De verschillende deurtjes hebben een specifieke vorm waardoor er alleen 1 specifieke soort neurotransmitter doorheen kan stromen. Ook zitten de meeste deurtjes op slot zodat er helemaal niets doorheen kan stromen.

Het slot kan weer open gemaakt worden door 1 specifieke andere neurotransmitter. Als die sleutel in het slot valt, gaat de deur open en kunnen de neurotransmitters naar binnenstromen:Die deurtjes worden receptoren genoemd. Zoals bijvoorbeeld de GABA-A receptor.

Oxazepam-simpele uitleg

Oxazepam-gedragsverandering Oxazepam verlaagt het reactievermogen. Angst wordt snel minder en je valt makkelijk in slaap. Je voelt je aangenaam verdoofd.

Hoe werkt Oxazepam in de hersenen?

Hersencellen communiceren met elkaar via het doorgeven van neurotransmitters. Het uiteinde van de ene hersencel laat neurotransmitters los, en de kop van de andere hersencel neemt deze neurotransmitters weer op.

De kop van een hersencel is bedekt met deurtjes met een slot er op, receptoren.

Oxazepam behoort tot de Benzodiazepinen.

Benzodiazepine, zoals oxazepam, stimuleert de GABA-A-receptor. Maar benzodiazepine is geen passende sleutel voor het slot van de GABA-A receptor. De GABA-A receptor heeft maar 1 passende sleutel en dat is GABA zelf. Als GABA bindt aan de GABA-A receptor gaan zijn deur open en kan chloride naar binnen stromen.

Benzodiazepine past op het extra slot van de GABA-receptor. Dat heeft alleen effect als GABA het hoofdslot al heeft geopend. Als Benzodiazepine in het extra slot van de GABA-A receptor valt nadat GABA het hoofdslot al heeft geopend, opent de GABA a receptor zijn deuren  10 keer zo ver open. Zo kan er ook 10 keer zoveel chloride de kop binnenstromen:

Neurotransmitters kunnen negatief of positief geladen zijn. Door de instroom van deze verschillend geladen neurotransmitters verandert de totale electrische lading van de kop. Als de totale electrische lading in de kop boven een bepaalde grenswaarde komt, geeft de kop een actiepotentiaal (een soort electrische prikkel) via zijn axon (de staart) naar de axonterminal (het uiteinde). Als er een actiepotentiaal arriveert bij de terminal, kunnen de neurotransmitters tijdelijk door de wand heen zwemmen.

Als de GABA-A receptor opengaat door GABA, is Chloride de enige stof die door deze receptor heen past. Chloride (Cl-) is een neurotransmitter met een negatieve lading. Dus als de GABA-A receptor opengaat,  zal de negatief geladen Chloride de kop binnenstromen. Hierdoor zal de totale lading in de kop lager worden, en zo het vuren (actiepotentiaal) van de neuron tegenwerken (inhiberen).

Als daarbij ook nog Benzodiazepine aan de GABA-A receptor bindt, kan er 10 keer zoveel chloride naar binnen. De kans dat de neuron daarna nog gaat vuren, wordt zo 10 keer zo klein.Als de kans 10 keer zo laag is geworden dat de neuron gaat vuren, betekent dat de stimulatie 10 keer zo sterk moet zijn om de neuron te laten reageren. Dus zo verlaagt Oxazepam het reactievermogen zodat men zich heel aangenaam verdoofd voelt.

 

Wat is het lange termijn effect van Oxazepam?
Waarom is cold-turkey stoppen met Oxazepam zo gevaarlijk?

Oxazepam-invloed op gedrag
lange termijn effecten van Oxazepam

EMDR, een simpele uitleg

EMDR is een van de meest effectieve therapievormen om PTSD symptomen (post traumatic stress disorder) te verminderen. EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een therapievorm, waarbij iemand zijn trauma herinnering vertelt, terwijl tegelijkertijd zijn aandacht van links naar rechts naar links etc. wordt getrokken.

De methode heet Eye movement (oog beweging) omdat Francine Shapiro de methode ontwikkelde nadat ze zelf stressvermindering ervoer tijdens oogbewegingen. Zo werd bij EMDR-therapie de patient gevraagd om met zijn ogen een hand of vinger te volgen terwijl hij zijn trauma verhaal vertelde. Tegenwoordig word EMDR ook vaak toegepast via geluid door een koptelefoon of klopjes op de knie.

PTSD is een psychische stoornis die kan optreden nadat iemand een traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt. De symptomen omvatten onder andere het steeds weer opnieuw beleven van de gebeurtenis, het ontwijken van de herinnering en het extreem overstuur raken van die herinnering. Wanneer de symptomen langer dan een maand aanhouden en iemands dagelijks leven behoorlijk verstoren nadat de situatie niet meer gevaarlijk is, spreken we van PTSD (DSM-IV)

De meeste literatuur veronderstelt dat EMDR het brein in een toestand brengt waarbij het traumatische herinneringen beter kan verwerken. Het opnieuw beleven van een herinnering, maakt deze flexibel en zou daarna eventueel anders kunnen worden opgslagen. Volgens Francine Shapiro zelf, bevordert EMDR de integratie van traumatische herinneringen met adaptieve informatie (‘ maar Ik ben nu veilig’). Veel andere werkzame therapieën voor PTSD zoals “exposure”, stellen dezelfde onderliggende werking, maar na de EMDR behandeling ervaren mensen hun vertelde herinneringen veel minder levendig en minder emotioneel

Werkt EMDR via verhoogde communicatie hersenhelften?